Hoogbegaafde leerlingen redden zich

“Mijnheer, mag ik het anders gaan doen? Ik moet elke dag 2 uur heen- en 2 uur terugreizen en ik heb het gevoel dat ik het grootste deel van de dag voor niets kom!”
We schrijven medio 1996. De vraag kwam van een leerlinge uit 5 vwo, die 5 dagen in de week van Etten Leur naar Voorburg reisde om naar onze school te komen. En zoals dat een hoogbegaafd kind betaamt had ze ook de oplossing klaar. Ze wilde 2 dagen per week naar school komen, een aantal proefwerken van hetzelfde vak maken en nieuwe afspraken met docenten regelen voor het geval dat ze vragen had en nieuwe afspraken maken voor de komende weken. En natuurlijk ook bijkletsen met vriendinnen.
Een revolutionair plan, maar we wezen het niet af. Deze jongedame wist wat ze wilde. Met een aanbeveling van mijn kant ging ze in gesprek met haar docenten en het lukte haar om hen ervan te overtuigen dat ze dit aankon. Uiteindelijk deed ze examen in vrijwel alle vakken. Haar dagen op school combineerde ze met de dag dat ze LO had en vakken waarvoor haar aanwezigheid in de klas op bepaalde momenten nodig was. Soms betekende dat een extra dag, maar wat haar vooral beviel was het feit dat ze grote stukken examenstof tegelijk liet toetsen en ze die dan ook kon afronden.
Hieraan moest ik denken toen ik de afgelopen maanden gesprekken met ouders voerde van extreem hoogbegaafde kinderen. Als je met een IQ van 170 niet wordt toegelaten tot het plusprogramma, omdat je op het gewone schoolwerk niet goed scoort, dan loopt er iets scheef. En we hebben het over scholen die aandacht voor hoogbegaafden tot speerpunt van hun beleid hadden gemaakt. Opvallend was wel dat het jonge leerlingen betrof. Mijn voorbeeld uit de inleiding betrof een leerling uit 5 vwo, maar de leerlingen over wie ik nu spreek zijn een meisje van 6 uit groep 3 en een jongen van 11 in klas 2 van het VO. In beide gevallen was het argument dat er geen leemten moesten ontstaan in hun kennis. Een hardnekkig fenomeen onder docenten. In beide gevallen dreigde een situatie van thuiszitten te ontstaan en dat terwijl het gaat om zeer getalenteerde kinderen die in niet-schoolse omstandigheden excelleren en zich razendsnel dingen eigen maken. Het zou mooi zijn als we hierin stappen kunnen maken en ruimte bieden aan deze leerlingen.
Ik weet vanuit de visitaties dat diverse scholen binnen onze vereniging Begaafdheidsprofielscholen (
www.begaafdheidsprofielscholen.nl) niet schromen om leerlingen een eigen leerprogramma te laten samenstellen (het bekende voorbeeld van Erik van den Boom, die op zijn 13e het gymnasium in Schiedam afsloot, ligt nog vers in het geheugen). Maar dat zijn ze nog niet allemaal. Het zou mooi zijn als we als verenigde scholen als vanzelfsprekend oplossingen hebben voor extreem begaafde leerlingen.
De naam van mijn leerlinge uit Etten Leur is me ontschoten. Wel weet ik dat ze na het behalen van haar diploma twee studies in Amsterdam ging doen. Toen haar werd gewezen op de verplichting tot het bijwonen van studielessen voor eerstejaars heeft het haar nog moeite gekost om de begeleiders ervan te overtuigen dat ze dat niet echt nodig had.